Interactieve infographic die schematisch het verblijfs- en vervoersnetwerk van Amsterdam weergeeft. Blokjes tonen plekken in het netwerk waar een conversie of verblijf te vinden is, deze kunnen worden aangeklikt om meer informatie te verkrijgen. Pijlen staan voor vervoersstromen, waarbij de kleur laat zien om welke modaliteit het gaat. Bovenaan het schema staat infrastructuur van mondiale betekenis en onderaan infrastructuur van betekenis op het niveau van een individueel gebouw. Pijlen kunnen ook voor meer informatie worden aangeklikt.
P+R
P+R-locaties zijn overstappunten aan de rand van de stad waar reizigers de auto parkeren en verder reizen met OV, fiets of te voet. Ze verminderen het autoverkeer in de stad en helpen druk op straatparkeren te beperken.
Verkeersknooppunten
Verkeersknooppunten zijn plekken waar snelwegen en provinciale wegen samenkomen. Ze zorgen dat wegverkeer geleidelijk en veilig van snelheid kan veranderen zonder dat de doorstroming op snelwegen gestremd wordt.
Hoofdkruispunten
Hoofdkruispunten zijn grote kruisingen op stedelijke hoofdroutes waar veel modaliteiten samenkomen (auto, OV, fiets, voet). Ze zijn vaak voorzien van verkeersregelinstallaties (stoplichten), die zo zijn afgesteld dat de doorstroming optimaal blijft.
Gebiedsontsluitingskruispunten
Gebiedsontsluitingskruispunten verbinden wijk- of gebiedsontsluitingswegen met het onderliggende wegennet. Ze zijn vaak voorzien van verkeersregelinstallaties (stoplichten) en zorgen voor een logische overgang tussen verschillende netwerken, waarop andere verkeersregels gelden.
Parkeergarages
Parkeergarages bundelen autoparkeren op één plek en kunnen de druk op straatparkeren verminderen. Ze werken als “opslag” in het mobiliteitssysteem en beïnvloeden looproutes, bezoekersstromen en de autotoegankelijkheid van gebieden.
Kruisingen
Kruisingen op buurtniveau regelen de lokale verkeersafwikkeling. Het zijn kleine kruisingen waar relatief weinig verkeer samenkomt en weinig aanvullende infrastructuur (borden, stoplichten, etc.) nodig is om het verkeer in goede banen te leiden.
Straatparkeren
Straatparkeren is de fijnmazige “opslag” van auto’s in de openbare ruimte. Het concurreert met ruimte voor groen, fietsparkeren en stoepen, en beïnvloedt direct de kwaliteit van de straat en de loop- en zichtveiligheid.
Cruisehavens
Cruisehavens zijn internationale aankomstpunten voor passagiers over zee. Ze genereren piekstromen van bezoekers en vragen om goede koppelingen naar OV, taxi en looproutes, én om afstemming met de ruimtelijke draagkracht van de stad.
Ferryterminals
Ferryterminals zijn knooppunten voor passagiersverbindingen over water. Zeeveerverbindingen vormen een alternatief voor (met name korte-afstand-)vluchten en stellen passagiers in de gelegenheid tegen betaling hun voertuig mee te nemen.
Verblijfshavens
Verblijfshavens zijn plekken in de stad waar passagiersvaart aanlegt en verblijft (bijv. rondvaart, dagrecreatie of ligplaatsen met verblijf). Ze koppelen watermobiliteit aan stedelijke bestemmingen en hebben primair een recreatieve functie.
Aanlegplaatsen
Aanlegplaatsen zijn lokale stop- of opstapplekken voor watervervoer, zoals ponten of kleine passagiersdiensten.
Internationale hubvliegvelden
Internationale hubvliegvelden verbinden de stad met wereldwijde netwerken via overstappen en lange-afstandsverbindingen. Dit type vliegveld verwerkt dagelijks enorme passagiersstromen en vraagt daarom om hoogwaardige ontsluiting via zowel rail als weg.
Internationale intercitystations
Internationale intercitystations zijn toegangspoorten voor grensoverschrijdend treinverkeer op continentale schaal. Ze functioneren als multimodale hubs waar lopen, metro/tram/bus, fiets en taxi samenkomen.
Intercitystations
Intercitystations verbinden de stad met het nationale netwerk en concentreren grote reizigersstromen. Ze zijn belangrijke op- en overstappunten.
Treindepots
Treindepots zijn onderhouds- en opstellocaties voor materieel. Ze zijn essentieel voor betrouwbaarheid van de dienstregeling en bepalen mede de operationele capaciteit van het spoor, maar zijn voor reizigers meestal “onzichtbare” schakels.
Sprinterstations
Sprinterstations bedienen regionale en stedelijke verplaatsingen met hogere frequentie en kortere afstanden. Ze functioneren als belangrijke toegangspoorten voor wonen-werken in het daily urban system en zijn sterk verweven met fiets- en looproutes in de omgeving.
Busstations
Busstations zijn overstappunten waar meerdere buslijnen samenkomen, vaak als schakel tussen regio en stad. Het zijn relatief grote vervoersknooppunten waar verkeer van en naartoe beweegt.
Bus- en tramremises
Bus- en tramremises zijn extensieve stalling- en onderhoudslocaties voor bussen en trams, die voldoende nabij de stad moeten zijn gelegen om de dienstregeling betrouwbaar op tijd aan te kunnen laten vangen.
Bus- en tramhaltes
Haltes zijn de fijnmazige toegangspunten tot het OV in de wijk. Om deze haltes goed te laten functioneren zijn bereikbaarheid te voet, veiligheid, comfortabel kunnen wachten, toegankelijkheid en betrouwbare reisinformatie van belang.
Stedelijke fietsenstallingen
Stedelijke fietsenstallingen vangen grote fietsvolumes op en maken efficiënte ketenmobiliteit mogelijk (fiets → OV). Ze verminderen fietschaos op straat, maar vragen om slimme routing, beheer en sociale veiligheid.
Fietsenstallingen
Fietsenstallingen zijn plekken waar fietsen veilig en geordend kunnen worden geparkeerd bij voorzieningen, haltes en woongebieden. Ze ondersteunen dagelijks gebruik van de fiets en helpen de openbare ruimte overzichtelijk te houden.
Fietsenrekken
Fietsenrekken zijn de meest voorkomende en fijnmazige vorm van fietsparkeren in de openbare ruimte. Omdat het om relatief kleine voorzieningen gaat passen ze op veel plekken gewoon op de stoep. Fietsenrekken nabij woningen en bestemmingen bevorderen het gebruik van de fiets, maar te veel fietsen(rekken) op straat kunnen de kwaliteit van de openbare ruimte onder druk zetten wanneer de beschikbare ruimte schaars is.
Toeristische hotspots
Toeristische hotspots trekken grote aantallen (internationale) bezoekers en veroorzaken piekstromen in lopen, fietsen en OV. Ze vragen om goede looproutes, wayfinding, crowd management en meestal om beperking van autotoegang.
Innovatiedistricten
Innovatiedistricten zijn concentraties van kennis, bedrijven en voorzieningen waar veel woon-werkverkeer en zakelijke bezoekersstromen samenkomen. Bereikbaarheid draait hier vaak om OV, fiets en aantrekkelijke loopkwaliteit.
Internationale eventlocaties
Internationale eventlocaties trekken bezoekers van (inter)nationaal niveau en veroorzaken korte, scherpe pieken in mobiliteit. Goede ontsluiting vraagt om OV-capaciteit, crowd control, slimme looproutes en (tijdelijke) verkeersmaatregelen.
Economische hotspots
Economische hotspots zijn plekken met veel werkgelegenheid en dagelijkse pendelstromen. Ze vragen om betrouwbare ontsluiting in de spits, goede fietsnetwerken en slimme knooppunten waar mensen kunnen overstappen en verblijven.
Culturele clusters
Culturele clusters bundelen musea, theaters en andere publiekstrekkers. Bezoekers komen vaak per OV en te voet; de kwaliteit van openbare ruimte, looproutes en avondveiligheid bepaalt hier sterk de beleving en capaciteit.
Evenementenlocaties
Evenementenlocaties genereren tijdelijke piekstromen (concerten, festivals, sport). Mobiliteitsmanagement draait om spreiding in aankomst/vertrek, goede OV- en fietsvoorzieningen en veilige routes voor voetgangers.
Hoger onderwijs
Locaties voor hoger onderwijs trekken dagelijks grote aantallen studenten en medewerkers, met duidelijke spitsmomenten. Ze zijn sterk afhankelijk van fiets, OV en lopen, en vragen om ruime stallingen en veilige routes.
Bedrijventerreinen
Bedrijventerreinen hebben vaak een mix van werknemers- en bezoekersstromen en zijn traditioneel auto-georiënteerd. Verbetering van OV- en fietsbereikbaarheid, plus loopkwaliteit binnen het terrein, kan de modal split sterk beïnvloeden.
Regionale winkelcentra
Regionale winkelcentra trekken bezoekers uit een groot verzorgingsgebied. Bereikbaarheid gaat om een balans tussen OV, fiets en auto (parkeren), en om veilige looproutes tussen haltes/garages en de entrees.
Recreatiegebieden
Recreatiegebieden trekken vooral verplaatsingen in vrije tijd, vaak in weekenden en bij mooi weer. Ze vragen om goede fiets- en OV-ontsluiting, voldoende overstap- en parkeeroplossingen en heldere routes voor voetgangers.
Sportclusters
Sportclusters bundelen sportvelden en accommodaties met piekdrukte in avonden en weekenden. Mobiliteitsknelpunten zitten vaak in fietsparkeren, kiss & ride, en veilige routes voor jongeren en voetgangers.
Winkelclusters
Winkelclusters op wijk- of stadsdeelniveau genereren continue bezoekersstromen. De kwaliteit van lopen (stoepen, oversteken), fietsparkeren en OV-haltes bepaalt sterk hoe toegankelijk en aantrekkelijk zo’n cluster is.
Middelbare scholen
Middelbare scholen hebben duidelijke piekmomenten rond begin- en eindtijden. Veel leerlingen komen per fiets of OV; verkeersveiligheid in de omgeving en voldoende stallingsruimte zijn vaak de belangrijkste randvoorwaarden.
Stoepen
Stoepen zijn de belangrijkste verblijfs- en ontmoetingsplaatsen in de wijk, maar ook de basis-infrastructuur voor lopen. Breedte, obstakels, toegankelijkheid (rolstoel/kinderwagen), oversteekbaarheid en sociale veiligheid bepalen of verblijven of lopen aantrekkelijk en inclusief is.
Parken, pleinen en speelplekken
Parken en pleinen zijn verblijfsknooppunten die loopstromen aantrekken en verdelen. Ze werken als ontmoetingsruimte en schakelpunt tussen routes. Goede inrichting zorgt dat verblijven en doorlopen elkaar niet in de weg zitten.
Basisscholen
Basisscholen hebben korte, intense pieken (brengen/halen). De directe omgeving is daarom cruciaal voor verkeersveiligheid: autoluwe zones, goede oversteekplaatsen en voldoende ruimte voor lopen en fietsen maken het verschil.
Buurtcentra
Buurtcentra zijn lokale bestemmingen voor ontmoeting, zorg, activiteiten en dienstverlening. Ze draaien vooral op bereikbaarheid te voet en per fiets, en vragen om toegankelijke routes en een veilige, uitnodigende openbare ruimte.
Collectieve binnentuinen
Collectieve binnentuinen zijn binnengebieden die verblijfskwaliteit bieden dichtbij huis. In de meeste gevallen gaat het om besloten tuinen, maar soms zijn zulke binnentuinen semi-openbaar en onderdeel van het verblijfsdomein van de stad.
Gedeelde ruimte
Gedeelde ruimte in gebouwen komt voor bij grotere appartementencomplexen waar bewoners bepaalde ruimtes delen, zoals een gedeelde entreehal waar tevens gezamenlijke activiteiten plaats kunnen vinden of zelfs gedeelde woonkamers.
Woningen
Woningen zijn de belangrijkste herkomsten en bestemmingen van dagelijkse mobiliteit en tevens de meest gebruikte verblijfsruimtes in de stad. De directe woonomgeving beïnvloedt keuzes voor lopen en fietsen: nabijheid van voorzieningen, veilige routes en kwaliteit van de straat maken een groot verschil.
Fiets- en voetgangersnetwerken
Fiets- en voetgangersnetwerken vormen de fijnmazige basis van stedelijke mobiliteit. Ze verbinden woningen met haltes, voorzieningen en publieke ruimte. Continuïteit, veiligheid, aantrekkelijkheid, comfort en logische routes bepalen of actieve mobiliteit echt de standaard kan zijn. Onderdeel van veel fietsnetwerken zijn tegenwoordig snelfietsroutes, waar extra efficiënt van A naar B kan worden verplaatst te fiets.
Hoofdwegennet
Het hoofdwegennet omvat in deze infographic snelwegen en provinciale wegen. Het maakt verplaatsing met hoge snelheid mogelijk, maar kent veel negatieve externaliteiten met betrekking tot bijvoorbeeld leefkwaliteit, veiligheid en gezondheid, waardoor het in omvang relatief beperkt is.
Wegennet
Het wegennet omvat hier alles van het gemeentelijke hoofdnet tot rustige woonstraatjes. Dit net vormt de grote meerderheid van het vervoersgerelateerd ruimtegebruik in de stad.
Luchtvaart
Luchtvaart verbindt de stad met de rest van de wereld en is daarom van groot economisch en recreatief belang. Tegelijkertijd spelen externe effecten zoals geluidsoverlast, emissies en ruimtelijke druk een grote rol in beleidskeuzes.
Zeevaart
Zeevaart voor personenvervoer omvat met name cruises en ferry’s. Het koppelt internationale reisstromen aan stedelijke netwerken via terminals en havens, en vraagt om goede OV- en loopverbindingen naar stadsbestemmingen.
Waternetwerk
Het waternetwerk ondersteunt verplaatsingen via water. Qua personenvervoer is het vooral sterk op korte verbindingen, zoals over het IJ, en als toeristisch/recreatief netwerk binnen de stad.
Treinnetwerk
Het treinnetwerk verbindt de stad met de regio en het land via sprinter- en intercityverbindingen. Betrouwbaarheid en capaciteit zijn bepalend. Stations functioneren als knooppunten waar fiets, lopen en stedelijk OV aansluiten.
Bus- en tramnetwerk
Het bus- en tramnetwerk verzorgt de stedelijke ontsluiting tussen wijken, centra en stations. Het netwerk is sterk afhankelijk van doorstroming (vrije baan, prioriteit bij kruispunten) en van een fijnmazig haltesysteem dicht bij bestemmingen.