Het was weer tijd voor de jaarlijkse internationale ‘Bouw & Brouw’-excursie en de reis ging dit jaar naar Parijs. En als je het dan over steden hebt is Parijs wel echt een stad. Daar zijn allerlei complexe historische verklaringen voor, maar de reden dat het zo voelt is ook gewoon voor een belangrijk deel stedenbouwkundig en planologisch van aard: overal stevige gesloten bouwblokken van minimaal vijf bouwlagen (maar vaak meer), met vrijwel overal de volledige plint bestemd voor retail, horeca (waaronder ook een indrukwekkend aantal microbrouwerijen) en andere bedrijvigheid. Het aantal bouwlagen werkt doordat de goedgevulde plinten het stadsleven aantrekkelijk maken, en de plinten zijn dan weer goed gevuld doordat er voldoende mensen boven wonen. De enorme transformatie van de stad de afgelopen jaren, waarbij de stad vergroend is en aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers is gemaakt, heeft een extra laag van stadsleven toegevoegd die Parijs zowaar nog stedelijker heeft gemaakt. Het gevolg is dat de stad bruist, of je nou op het Île de la Cité staat of ergens in een buitenwijk de metro uit stapt. Een aantal indrukwekkende grote gebiedsontwikkelingen van de afgelopen decennia laten zien dat het lef waarmee ooit de Eiffeltoren neergezet werd de stad nog niet heeft verlaten. Kortom, een trip om niet te vergeten, waar ik zelf in de toekomst veel inspiratie uit zal blijven halen.

CANAL SAINT-MARTIN

In Parijs zijn de laatste jaren enorme stappen gezet om de stad gezonder te maken. Onderdeel daarvan is deze nieuwe parkstrook langs het Canal Saint-Martin, waar we zo’n vijf minuten na ons appartement te verlaten toevallig langs liepen. Zowel het parkje als de route erlangs—die voor autoverkeer was afgesloten—werden dankbaar gebruikt. Het feit dat we al zo snel puur toevallig langs zo’n goed functionerende transformatie van de openbare ruimte liepen, laat goed de omvang en effectiviteit zien van de Parijze inspanningen van de afgelopen jaren.

KILOMÈTRE ZÉRO

Gezellige brewpub met uitstekend bier, waar we wat mij betreft meteen het beste bier van de trip geserveerd kregen.

COUR ET PASSAGE DES PETITES ECURIES

Het Parijse straatbeeld had hier en daar een interessante gelaagdheid met verborgen plekjes afgeladen met kleine barretjes, terrasjes en—bovenal—mensen. Hier bijvoorbeeld.

BRASSERIE DE LA GOUTTE D’OR

Een brewpub zoals ik ze niet eerder ben tegengekomen. De pub zelf bestond vooral uit een bar, een betonnen vloer en her en der houten vaten, bierfusten en wat verstrooide krukken. Aan de zijkant stond een DJ-tafel op vol volume experimentele (en een tikkeltje pretentieuze) muziek richting de straat te blazen, waar een divers gezelschap van het bier stond te genieten. Als bier- én muzieksnob ben je hiervoor bij mij wel aan het juiste adres.

VA Y AVOIR DU SPORT

Als onderdeel van een wijkvernieuwingsproject heeft de stad een paar jaar geleden een wijkvoorziening geüpgraded naar een kek gemengd bouwsel met een jeugdcentrum en andere voorzieningen op straatniveau en dit basketbalveld met houten dakconstructie op het dak. Niet de goedkoopste manier om het te doen, maar wel een manier die het een stuk leuker maakt om het ook echt te gebruiken.

LE FRANCHISSEMENT URBAIN PLEYEL

Bruggen zijn altijd duur en ze leveren financieel niets op. Ze worden daarom meestal vooral als kostenpost gezien en de verleiding om ze zo goedkoop mogelijk uit te voeren is daarom groot. Hier is er nadrukkelijk voor gekozen om van de brug over een pakket sporen een aantrekkelijke en interessante openbare ruimte te maken. De brug was toen wij er waren nog niet volledig klaar (aan de westkant was één van de twee indrukwekkende opgangen nog niet bruikbaar), maar wat al in gebruik was vond ik goed werken. Of dat het prijskaartje van naar schatting €222 miljoen legitimeert laat ik maar even in het midden.

LANTAARNPAAL

Een duurzame lantaarnpaal. Hoop ik. Het zag er in ieder geval zo ongelooflijk lelijk uit dat dat de enige reden is die ik kan verzinnen dat dit onooglijke gedrocht in de openbare ruimte geplaatst is. Maar zelfs dan... Kunnen we afspreken dat duurzame objecten nog steeds hun best moeten doen om er een beetje schappelijk uit te zien?

VILLAGE OLYMPIQUE

Het olympisch dorp dat in ’24 voor de Spelen gebruikt werd werd zo ontworpen dat het na afloop als duurzame woonwijk in gebruik kon worden genomen. Inmiddels is dat grotendeels gebeurd. Dit deelgebied rondom Rue Ampère leek nog niet volledig in gebruik waardoor het straatleven nog niet helemaal van de grond was gekomen, maar architectonisch en stedenbouwkundig zag het er goed uit. Ik vond de groene scheg tussen de gebouwen, en de verschillende torens met een gedeeld “onderstel” waar functionele en bedrijfsruimte in onder zijn gebracht interessant.

L’ECOQUARTIER FLUVIAL

Het Ecoquartier Fluvial vormt een ander deel van het Olympisch dorp. Afgezien van de mooie parkeergarage aan de rand van de wijk die ervoor zorgt dat de rest autovrij is, en het integraal ontworpen watersysteem dat via aantrekkelijke groenpartijen regenwater rechtstreeks naar de Seine afvoert, vond ik het een wat saai opgezette wijk die qua beleving en verblijfsruimte weinig kwaliteit te bieden had.

PARC DES DOCKS

Interessant aan Parc des Docks vond ik vooral dat een aanzienlijk deel van het park een ecologische functie had gekregen en alleen vanaf een houten brug die erdoorheen waaierde zichtbaar was (en een verhoogde stoel aan de rand ervan). Het overige deel was dan weer onbeschaamd voor recreatief gebruik (en wat volkstuintjes) ingericht. Hoewel meervoudig ruimtegebruik natuurlijk een goed uitgangspunt is, heb ik in Nederland nog wel eens gevoel dat we naïef zijn in het combineren van ecologische en recreatieve waarde, waardoor beiden eigenlijk niet echt werken. Parc des Docks laat een goed alternatief zien.

COMMUNALE SAINT-OUEN

Geslaagde transformatie van een fabriekshal naar een gemeenschapsruimte met een foodcourt, buurthuis-achtige functies en culturele ruimte. Zowel architectonisch als programmatisch knap gedaan.

ECOQUARTIER LES DOCKS

Het ecoquartier Les Docks is nog zo’n joekel van een gebiedsontwikkeling (waar ook bovenstaand park en gemeenschapsruimte onder vallen). Hoewel ik het qua architectuur wat kil vond, zat het deel van het gebied dat wij bezochten stedenbouwkundig goed in elkaar. Genoeg ruimte om te verblijven, veel ruimte voor voorzieningen en goede verhoudingen tussen bouwhoogtes en straatbreedtes. Niet het beste wat ik tijdens de trip gezien heb, maar zeker geen gebiedsontwikkeling om je voor te schamen.

CLICHY-BATIGNOLLES

Clichy-Batignolles was toch wel het hoogtepunt van de trip. Architectonisch zit het allemaal prima, de ontsluiting is goed, er is een mooi aantal (dagelijkse) voorzieningen gerealiseerd, maar de absolute showstopper is de riante groen-blauwe strook in het hart van de gebiedsontwikkeling, waarin ecologie, recreatie en klimaatadaptiviteit in gezamenlijkheid tot een attractie zijn verheven. De ruimte werd ongelooflijk goed gebruikt, maar maakt ook dat de appartementen erlangs ongekende privacy hebben en een riant uitzicht waar ik ongelooflijk jaloers van werd.

ÎLE SEGUIN

Île Seguin was nog volop in aanbouw. Het enige wat er al stond was het reusachtige muziekgebouw La Seine Musicale. Geen enkele zichzelf respecterende stedenbouwkundige zou een plan voor het eiland neerleggen waarin een gebouw zo respectloos neergeplempt mag worden. En dat klopt want het masterplan voor het eiland bleek door een architect te zijn opgesteld. Dezelfde architect die het kolossale gebouw ontwierp dat in een omgeving resulteerde met de ambiance van Giedi Prime. Het groene dakpark was wel leuk en het ronde object met draaiende zonnepanelen een leuke eyecatcher, maar alle ruimte rondom het gebouw was zeer onaangenaam. Ik hoop voor Parijs dat de rest van het eiland—waar onder andere Bjarke Ingels een deel van ontworpen heeft—meer kwaliteit krijgt.

DOORKIJKBARE GARAGE-ENTREE

Je ziet ze tegenwoordig overal: entrees naar parkeergarages onder woonblokken. Noodzakelijk, maar vaak wel erg lelijk en een significante onderbreking in de continuïteit van de straat die de beleving van gebieden enorm kan ondermijnen. expand_circle_downWie vindt dat ik hier nogal hyperbolisch klink: onderzoek laat zien dat zelfs korte blootstelling aan saaie shit al tot de aanmaak van het “stresshormoon” cortisol kan leiden. Hier hebben ze een slimme oplossing gevonden door de entree op straatniveau doorkijkbaar te maken zodat je als passant naar een groene binnentuin kijkt in plaats van een plak beton. Simpel, maar geniaal.

GEVELDETAIL

Hoe ga je om met lelijke technische apparatuur aan de straatgevel? Zet er gewoon een paneel van mooi geperforeerd staal voor.

QUAI DE LA LOIRE

Het is een terugkerende succesformule geworden tijdens de ‘Bouw & Brouw’-trips: brede kades met goed ingerichte verblijfsruimtes langs waterpartijen. Steden die hun centrale rivier vandaag de dag nog niet benutten als belangrijke openbare ruimte moeten wakker worden. Steden worden heter en hebben dit nodig. Het feit dat deze plekken in elke stad die zulke ruimtes heeft afgeladen zijn is het bewijs. De zwembaden waren helaas gesloten toen wij er waren, maar hadden het ongetwijfeld ook goed gedaan.

PANAME BREWING

Een brouwerij aan de Quai de la Loire. Kan bijna niet misgaan, en dat ging het ook niet.

CENTQUATRE

Centquatre is een voormalig uitvaartcentrum dat—na lang leeg te hebben gestaan—is getransformeerd naar een gigantisch cultureel centrum van bijna 40.000m². Is daar wel behoefte aan? Duidelijk! Er werd toen wij er waren massaal gedanst, er was een gesponsord maak-evenement waar jongeren konden leren hoe ze huisklusjes aan moesten pakken, en er was een algehele bruisende sfeer die je als bezoeker direct enthousiast maakt.

CITÉ MICHELET

Mooi modernistisch geveltje.

QUARTIER ROSA PARKS

Ik begreep van mijn reisgenoten dat dit gebied door OMA ontworpen is, maar kon het niet op hun website terugvinden. Hopelijk omdat ze zich daar de ogen uit hun kop schamen. Wat een ellende. Niets van menselijke maat of gezelligheid in terug te vinden. En hondslelijk bovendien.

PARC DE LA VILLETTE

Nog zo’n onmenselijk gedrocht. Parc de la Villette heeft er op de plattegrond waarschijnlijk fantastisch uitgezien en is conceptueel zo sterk dat het destijds blijkbaar een goed idee leek om dit park te realiseren. Maargoed, wie het risico neemt om een Eiffeltoren neer te zetten, zet soms helaas ook wel eens een Parc de la Villette neer. Jammer alleen dat dit “park” 55 hectare(!) beslaat.

PARC DES BUTTES-CHAUMONT

Zo kan het ook. Een mooi landschapsparkje met goed benutte hoogteverschillen waardoor je vol in het groen zit, maar een prachtig uitzicht over de stad hebt als je een mooi plekje uitkiest.

LA COULÉE VERTE

Dit is iets wat ik mooi zou moeten vinden: dubbel ruimtegebruik, groen, voetgangersgericht,... Toch voelde ik het niet zo. De landschappelijke inrichting miste ziel en de verantwoordelijke landschapper leek zich weinig van de omgeving te hebben aangetrokken waardoor je uitzichtplekjes miste op potentieel interessante stukjes en er juist bankjes stonden op plekken waar geen reet te zien was. Het feit dat er op een snikhete dag vrijwel niemand zat en de enige passanten toeristen leken te zijn vond ik veelzeggend.

AVENUE DE FRANCE

Mooi ontworpen toren.

LES ÉTOILES D’IVRY

Megalomaan bouwcomplex van rond 1970. Er zijn zoveel redenen te noemen waarom dit soort complexen een slecht idee zijn, maar ik moet bekennen dat ik ze eindeloos fascinerend vind. Het is—zoals op de foto’s te zien is—niet goed te onderhouden, zorgt voor allerlei plekjes met gebrekkige sociale controle die onveilig aan kunnen voelen (of kunnen zijn) en is voor bezoekers een waar doolhof. De andere kant is dat het uniek is, overal interessante plekjes bevat die voor geheel eigen sfeer zorgen, er geweldig uitziet en een hoge dichtheid heeft. Ik erken alle problemen met dit soort complexen, maar vind het jammer dat we het als concept in Europa helemaal lijken te hebben opgegeven na een serie problematische experimenten in de jaren 70 (in plaats van het idee incrementeel te verbeteren).

BOULEVARD JULES-FERRY

Zet een koepeltje in een brede groene middenstrook en mensen komen zelf wel de slingers ophangen.

MICROBRASSERIE PATOCHE

Bovenaan de Montmartre is de gezellige brewpub Patoche te vinden. Als Nederlanders hadden we bij het bekijken van de kaart geen hoogteverschillen ingecalculeerd en begaven we ons met een gehuurd stadsfietsje richting de pub, niet wetend dat ons een duivelse klim te wachten stond. Blijkbaar was dat redelijk uniek want halverwege de klim begonnen een aantal locals me grappend aan te moedigen alsof ze de Tour de France stonden te bekijken. Een mooie afsluiter van het programma.